Faalangst

Wat is faalangst?

faalangst Faalangst is de angst om niet te voldoen aan de eisen die door de omgeving (bijvoorbeeld ouders, school), of door iemand zelf gesteld worden. Het doet zich voor wanneer iemand een prestatie moet leveren en zich beoordeeld voelt. De angst uit zich vaak ook lichamelijk: zweten, trillen, hartkloppingen, buikpijn of duizeligheid.

Faalangst kan zo sterk zijn dat er niets meer uit de handen of hoofd van iemand komt: hij/zij raakt geblokkeerd, heeft een black-out. Het laatste is nogal eens het geval bij kinderen/leerlingen die werken aan toetsen of een mondelinge overhoring. Thuis of in de groep beheerst het kind de stof goed, maar nu het voor de klas staat en alle ogen op zich gericht weet, kan het geen woord meer uitbrengen. Misschien horen we vaker over faalangst spreken omdat in deze tijd de nadruk sterk op presteren ligt. Niet alleen op school, maar ook op terreinen als sport, hobby’s en computeren. Vaak is het de prestatie die telt, lang niet altijd de inzet of het plezier! En als er meer gepresteerd moet worden, dan is de kans op faalangst groter.

Sociale faalangst: de angst om in de omgang met anderen negatief beoordeeld te worden en buiten de groep te vallen (een kind durft dan bijvoorbeeld niet tegen een ander te zeggen dat hij iets vervelend vindt);

Motorische faalangst: de angst om bepaalde bewegingen niet naar behoren te kunnen uitvoeren (bij gymnastiek, zwemles, handvaardigheid).

Vaak gaat het om een mengvorm, want de ene angst leidt nogal eens tot de andere. Is uw kind bijvoorbeeld ooit uitgelachen voor een zwakke prestatie bij gym, dan kan de angst dat het weer gebeurt ook toeslaan bij het houden van een spreekbeurt. Want faalangst heeft, wanneer het niet onderkend wordt, de neiging om zich uit te breiden. Het woord faalangst wordt echter te pas en te onpas gebruikt. Een kind dat terugdeinst voor het nieuwe en onbekende, niet zo snel initiatieven neemt, gauw opgeeft als het iets nieuws onder de knie moet krijgen, teruggetrokken en stil is, wordt nogal gemakkelijk van het stempel faalangst voorzien. Daar kan sprake van zijn, maar het hoeft niet. Het kind kan net zo goed een grote behoefte aan veiligheid hebben, eerst de kat uit de boom willen kijken of gewoon gemakzuchtig zijn. Daarnaast kan de grootste raddraaier uit de klas zijn faalangst verbergen achter clownesk of brutaal gedrag.

Oorzaak faalangst

Kinderen leren van hun omgeving. In de eerste plaats van hun ouders en familie, later ook van de leerkrachten en de leeftijdgenoten. Bij de geboorte heeft het kind een zekere aanleg gekregen. Het hangt van de omgeving af hoe het kind zich verder ontwikkelt. Met andere woorden: faalangst ontstaat in de interactie met de omgeving. Daar komt bij dat het ene kind er gevoeliger voor is dan het andere kind. Zo kunnen ouders soms hoge verwachtingen hebben van hun kind. Zij zien op het rapport als eerste de vijf en niet de twee achten, die er ook op prijken. Dit kan gevoelens van faalangst bij het kind oproepen. Ook kinderen die te beschermd worden opgevoed en daardoor weinig gelegenheid krijgen zoveel mogelijk ervaringen op te doen, kunnen faalangst ontwikkelen. En de invloed van school is groot: juist op school worden eisen gesteld en prestaties beoordeeld. Wanneer de nadruk teveel ligt op de fouten die gemaakt worden en er te weinig wordt gekeken naar wat het kind wel kan, kan dit leiden tot gevoelens van faalangst. Een situatie die niet bevorderlijk is voor het zelfvertrouwen en het plezier in het leren.

Behandeling faalangst

Het grootste probleem dat iemand met faalangst heeft is dat het een weinig positief zelfbeeld is. Belangrijk is het daarom om hier in eerste instantie aan te werken. Iemand met faalangst moet leren om met spanningen in bijvoorbeeld schoolse taken om te leren gaan. Heel geleidelijk kan stapje voor stapje geleerd worden hoe het bepaalde situaties aan moet pakken, waarbij vooral het eigen tempo aangehouden moet worden. Hierbij is het belangrijk dat de sfeer goed is. De begeleider moet respectvol met diegene omgaan en tegelijkertijd structuur bieden. Degene met faalangst moet serieus genomen worden en hij/zij moet zich veilig voelen doordat er warmte en betrokkenheid wordt getoond. Daarnaast moet er veel aandacht zijn voor andere zaken dan alleen leren en presteren, zoals creatieve, motorische en sociale vaardigheden.